Nintendo-fans kregen gisteren een flink arsenaal aan nieuwe en vernieuwde games te zien, plus natuurlijk meer van de Nintendo Switch 2 zelf. Er wordt al flink uitgekeken naar de nieuwe Donkey Kong en de nieuwe Mario Kart, maar er wordt toch wat minder uitgekeken naar de prijzen die Nintendo voor de games rekent. 80 euro maar liefst, en zelfs 90 euro als je hem op cartridge wil hebben. Een bizar bedrag, vinden mensen, maar is dat wel zo?
Voor Nintendo-gamers wel: waar Switch-spellen maximaal 60 euro kosten, daar gaan we nu bij Switch 2 ineens tientallen euro’s omhoog met de prijs. Dat is even schrikken. Zeker voor ouders, want hoewel de Switch een geweldige console is voor alle leeftijden, zijn er toch ook veel kinderen die ermee spelen. Sommige ouders kiezen er dan voor om de Switch te laten kraken, waardoor je er niet meer mee online kunt spelen, maar wel alle games tot je beschikking hebt. Hartstikke illegaal en totaal niet oke, maar er zullen mensen zijn die zeggen dat Nintendo dat hiermee in de hand werkt.
Onterecht, vinden we. De prijsstijging is inderdaad voor Nintendo-gamers skyhigh, dat moge duidelijk zijn. Games worden de helft duurder. Maar tegelijkertijd is het kijkend naar de concurrentie zo gek nog niet: PlayStation 5- en Xbox Series-games kosten ook vaak 80 euro als ze net uit zijn. Wat dat betreft is het niet heel gek dat Nintendo zijn games ook naar datzelfde prijsniveau trekt. Helemaal nu het ook wat betere beeldkwaliteit biedt.
Wat ons betreft is er echter nog een grotere reden waarom we vinden dat Nintendo best in zijn recht staat: games ontwikkelen is iets anders dan even een film opnemen voor Netflix, bij wijze van spreken. Er zijn natuurlijk grote filmprojecten waarin de lat hoog wordt gelegd en er ook een heel leger aan mensen meewerkt, met allemaal dure technologie, maar kijkend naar de gemiddelde game versus de gemiddelde film is het toch een behoorlijk verschil. Teams spenderen vaak vele jaren aan een game, en zelfs als je het niet bekijkt vanuit de maak-kant, bekijk het dan vanuit jezelf: hoe lang doe je over het spelen van een game? Je kunt daar meestal tientallen en in sommige gevallen zelfs honderden uren in steken. Animal Crossing, Mario Kart, Mario Party, Zelda: het zijn stuk voor stuk games die veel tijd in beslag kunnen nemen. En die ook nog een grote replaywaarde hebben, waardoor je ze keer op keer weer kunt spelen.
Je kunt bovendien ook inflatie erbij halen: we denken allemaal dat spellen 40 euro kosten, maar ze zijn inmiddels al duurder geworden en kijkend naar de inflatie is de prijs van 80 euro helemaal zo gek nog niet. Technisch gezien zijn spellen zelfs goedkoper geworden: elk jaar weer 2 procent, vergeleken bij de inflatiecijfers. Toen je in 1977 een Atari-game zou moeten kopen van 69,99 euro, voelde dat waarschijnlijk hoe nu 340 euro voor een game kost.
Kortom, je kunt de prijsverhogingen van veel kanten bekijken. Natuurlijk is het makkelijk om het meteen vanuit je portemonnee te bekijken, want het is veel geld en het betekent waarschijnlijk dat je minder games zal kunnen kopen en spelen. Tegelijkertijd kan het ook een reden zijn om juist meer games uit te wisselen, iets wat Nintendo ook eenvoudiger wil maken. Het blijft vervelend, maar hopelijk bieden deze factoren een beetje meer perspectief op de veel duurdere Nintendo-games. En het legt in ieder geval meer druk op het gamebedrijf om de games nog beter te maken.