Televisiekijken is nu een heel andere ervaring dan tien jaar geleden. De schermkwaliteit is enorm omhooggegaan en de prijs -gelukkig- naar beneden. Hierdoor kan iedereen een relatief goede televisie in de huiskamer hebben. Soms vraag je je bijna af hoe het beter kan, zeker als je al een 4K-televisie hebt. We spraken Danny Tack, director product strategy & planning bij TP Vision, moederbedrijf van Philips TV & Sound. Hij is de man die meer weet over de beeldkwaliteit van Philips-tv’s.
De engine die Philips-tv’s gebruiken om hun beeldkwaliteit optimaal te maken is P5. Deze kan beelden verwerken en is getraind om op vijf vlakken te verbeteren: source perfection, scherpte, kleur, contrast en motion (beweging). Voor de vierde generatie heeft Philips TV daar kunstmatige intelligentie aan toegevoegd. Er wordt gebruik gemaakt van neurale netwerken met algoritmes die een database van een miljoen beelden heeft gezien. Hierdoor kan de televisie beter anticiperen op wat er in beeld is.
De televisie is hierdoor aangeleerd om bijvoorbeeld een natuurdocumentaire te herkennen. Hierdoor kan hij zo mooi mogelijk weergeven wat er op het scherm is: hij weet hoe het eruit hoort te zien. Philips TV heeft nu een x aantal categorieën gebruikt, maar hier worden er later meer aan toegevoegd. Binnenkort komt de Philips OLED+ 935 uit en die heeft al een wat uitgebreidere P5. Er zit een extra chip in waardoor hij meer rekenkracht heeft. Hierdoor kunnen er drie dingen verbeteren. Het beeld wordt scherpen door machine learning, biedt een verbeterde natural reality en heeft AI smart bit enhancement 2.0.
Klinkt spannend, maar wat houdt het in? Het idee is dat wanneer de bronkwaliteit slecht is, het beeld toch beter kan worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan slechte kwaliteit video’s op YouTube. Stream je die op je televisie, dan kan de tv die beelden scherper maken en egaler: zo zie je niet allerlei blokjes of banden in beeld. Echter verdwijnt daardoor ook weleens de structuur in iemands gezicht. Dankzij smart bit enhancement 2.0 gaan die banden weg, maar blijft het gezicht wel scherp. Scherpte door machine learning is weer iets anders: daarbij kan een televisie verschillende scherpteniveaus aanbrengen.
Die verbeterde perfect natural reality is iets van Philips TV zelf en is eigenlijk HDR, iets dat nu nog niet heel veel wordt gebruikt maar wel in aantocht is. Er komt ook iets nieuws in de televisies van Philips TV en dat is een verbetering voor OLED-schermen. Vaak hebben die last van inbranding als je bijvoorbeeld vaak naar dezelfde zender kijkt. Nu hebben veel televisies al antiburn-mogelijkheden zoals pixels die steeds verschuiven waardoor een logo niet zo snel inbrandt, maar er is meer: Philips TV gaat de nieuwe chip gebruiken om het beeld in verschillende zones op te splitsen. Er wordt in de gaten gehouden hoe vaak elke pixel binnen die zone verandert en als dat niet zo vaak is, dan zal het om een logo gaan. De intensiteit van het licht van die statische pixels wordt dan wat naar beneden geschroefd zodat inbranding wordt vermeden, de rest van het beeld blijft intens en scherp.
Verder vindt Tack het moeilijk om ver in de toekomst te kijken. “De ontwikkelingen volgen elkaar in razend tempo op, dus hoe het over vijf jaar is, dat is moeilijk te zeggen. 1-2 jaar wel. Er zijn twee dingen waarop we de komende jaren kunnen gaan verbeteren. Enerzijds de displaytechnologie die we kunnen toepassen en de source quality. Denk bijvoorbeeld aan HDR 10 en Dolby Vision, maar de 8K-resolutie kan ook deuren openen om nieuwe beeldbewerkingen te gaan doen. Er komen ook nieuwe beeldtechnologieën aan, zoals miniled en microled. Andere televisiemakers zijn hiermee bezig, we doen op dit moment geen uitspraken over wat wij doen. Wat voor ons altijd een uitdaging is, dat zijn de kosten. Een extra chip bijvoorbeeld, die kost geld, terwijl de prijzen van tv’s vaak lichtjes naar beneden gaan. Vernieuwing brengen met behoud van de prijs is een uitdaging.”
Er is nog een uitdaging: “We moeten bovendien proberen om minder te verbruiken. Er is veel licht nodig om goed beeld te maken, maar dat kost energie. Je wil niet dat de beeldkwaliteit naar beneden gaat, maar in Europa is men bezig om de energiegrens te beperken. Brengen we het licht en dus de energie naar beneden, dan gaat de beeldkwaliteit achteruit. Dit motiveert ons echter om nieuwe beeldverbeteringen toe te passen.’’